Ik vond ik vond ik vond

Essay opening Moving Futures 2018

Tilburg is ook in 2018 de openingsstad van Moving Futures. Het rondreizend festival voor hedendaagse dans. DansBrabant, gevestigd in De NWE Vorst en een van de organisatoren, heeft mij gevraagd om tijdens de openingsavond mijn programma Dicht bij Anna te verzorgen. Dicht bij Anna is een persoonlijk nagesprek. Één op één. In de intimiteit van een live ontmoeting zoek ik samen met bezoekers naar woorden die recht doen aan wat zij hebben ervaren.

Tekst: Anna van der Kruis

 

© Michel Fenderwoods

© Michel Fenderwoods


Er zullen op de openingsavond ook een heel aantal jongeren aanwezig zijn. Zelf in opleiding om danser te worden, maar niet perse bekend met het werk van hedendaagse choreografen. DansBrabant wil graag weten wat zij meemaken. De vraag aan mij is: kan ik mijn programma ook hen aanbieden? Zonder dat ze allemaal een kwartier tot twintig minuten bij mij moeten komen zitten? Met andere woorden: is er een papieren variant mogelijk?

Contexten die ons helpen als we spreken, zoals lichaamstaal, gezichtsuitdrukking en toonhoogte, ontbreken als we schrijven. Wie als hij opschrijft wat hij ziet, voelt of denkt, net zo duidelijk wil zijn als wanneer hij erover vertelt, heeft daarmee rekening te houden. Wat we als we praten intuïtief inzetten en als luisteraar impliciet meenemen of negeren, wordt in een geschreven tekst al snel gênant, een tikkeltje droevig of saai.

Er zijn, denk ik, drie manieren om dit probleem aan te vliegen. 1. Je bent je er bewust van, dat maakt je zenuwachtig en daarom besluit je je erin te verdiepen: je wordt professioneel lezer of schrijver (tegen de zenuwen helpt dit doorgaans niet). 2. Je bent je er bewust van, dat maakt je zenuwachtig en je besluit (juist daarom) daadwerkelijk schrijven zo veel mogelijk te vermijden. 3. Je bent je er niet bewust van en schrijft zonder gene.

Jongeren bevinden zich doorgaans in de middelste categorie. Op onbekend terrein zijn ze het liefst anoniem. Daarbij, als ze niet weten waarom ze moeten doen wat ze moeten doen, is het moeilijk ze te sturen. Ik weet dit. En ik weet ook dat ik me, zelf inmiddels midden dertig, het grootste deel van de tijd nog precies zo voel. Mijn programma houdt er rekening mee dat dit voor de meeste theaterbezoekers geldt. Toch ben ik nieuwsgierig. Ik wil het proberen.

Ik stel voor dat er niet vooraf, maar achteraf een kijkopdracht gegeven wordt. Zodat iedereen ongekleurd kan kijken. Dat de jongeren daarna met elkaar in gesprek gaan, dat degene die luistert schrijft voor degene die spreekt en dat er in de opdracht tips komen te staan over hoe je zo’n gesprek op gang houdt. Op de achterzijde van het formulier drie bonusvragen (“Echt Anna vragen”, zegt een collega, die over mijn schouders meekijkt). Invullen kan anoniem, inleveren via een brievenbus.

 

Let's weave our findings together van Sandman/Sabine Molenaar © William van der Voort

Let’s weave our findings together van Sandman/Sabine Molenaar © William van der Voort

 

Over het werk Let’s weave our findings together van Sabine Molenaar noteer ik die avond tijdens een van mijn gesprekken: “Het deed me denken aan een begrafenis.” De volgende dag bekijk ik mijn post. Ik lees over dezelfde voorstelling:

‘Sabine wisselt zichtbaar tussen droombeelden en emoties. Door al het zand is het alsof zij op haar eigen eiland staat. Ik zat erg in mijn eigen hoofd. Er zit een mooi verschil in alle emoties en verplichtingen die een mens heeft. In bepaalde bewegingen. Heel knap hoe zij schakelt. Elke keer als er een nieuw woord komt en dus een nieuwe improvisatie. Haar uitdrukkingen zijn heel duidelijk. De manier van dansen bleef mijn aandacht trekken. Het lijkt alsof zij de werking van het brein uitwerkt in dans.’

Choreograaf Guilherme Miotto werkt voor zijn presentatie die avond met ongewone duo’s: geschoolde dansers en ex-gedetineerden. Bezoekers die aan mijn tafeltje plaatsnemen zijn geraakt. Door de manier waarop de grote jongens – de boeven – zich kwetsbaar opstellen. De manier waarop ze hun controle loslaten. De manier waarop de meisjes – de dansers – hen fysiek benaderen. En hoe beide partijen zich daarin laten bekijken. Oordelen worden opgeschort, waardering uitgesproken en het lef van zowel choreograaf als performers (“Waar zij toe in staat zijn als ze uit hun comfort zone stappen”) werkt aanstekelijk.

Ik lees minder enthousiasme: ‘Zulke tegenpolen die samen dansen, vond ik origineel en vernieuwend, maar qua dans had het wel iets meer uitgewerkt mogen worden.’ En: ‘Er is goede samenwerking maar ik snapte het verhaal niet erachter.’ Een derde schrijver benoemt zowel een grote diversiteit in dynamiek als een eentonigheid. Op de rest van de formulieren is het veld dat bedoeld is voor deze performance leeg.

Zijn de jongeren aan zoveel maatschappelijkheid op een dansvloer niet gewend en vinden ze daarom geen ingang om ernaar te kijken? Of zijn zij simpelweg niet bang, voor een medemens die af en toe de wet overschrijdt, en zien ze daardoor scherper?

 

© William van der Voort

Onderzoeksinstallatie Katja Heitmann © William van der Voort


Katja Heitman toont een onderzoeksinstallatie. Daarover wordt veel geschreven. Geen van de jongeren ziet haar werk voor het eerst, lijkt het. Dat zij er bekend mee zijn, lijken ze niet alleen als een gedeelde wetenschap te zien, het heeft hen ook geholpen bij het kijken.

Ik lees: ‘Je ziet wat Katja graag wil zien. Hoe zij naar het lichaam kijkt. Welke dingen zij opmerkt. Alle stappen worden zorgvuldig geformuleerd en gedemonstreerd. Het is heel gaaf om heel het lichaam te zien bewegen. Hoe je alle spieren kan controleren. Hoe Katja een eigen stijl creëert. Hoe details uitvergroot worden. Hoe je, in steeds dezelfde bewegingen, toch vrijheid vind. Ik werd er rustig van. Katja heeft me geïnspireerd. Haar ideeën hebben me nieuwsgierig gemaakt naar het eindresultaat.’ En: ‘Het onderzoek van Katja is, zoals altijd, ontzettend uniek.’

Op slechts één formulier vind ik antwoorden op de bonusvragen. 1. Welk moment heeft je het meeste geraakt? ‘Het stuk van Sabine, dat ze ging trillen.’ 2. Wat viel je het meest op in het gesprek met je klasgenoot? ‘Dat we andere woorden hadden, maar wel hetzelfde bedoelden.’ 3. Op welk moment raakte je afgeleid? Wat gebeurde er toen in je hoofd? ‘Op het moment dat ik ging schrijven.’

OPROEP
Vind je ook iets? Van praten of schrijven over dans? Van communiceren met jongeren? Of van het resultaat van deze poging? Reageer dan op dit onderzoek: stuur een mailtje naar Anna via info@echtanna.nl.

Dicht bij… is een programma van Theaterfestival Boulevard, ontwikkeld in samenwerking met Anna van der Kruis. Op 25 januari 2018 uitgevoerd ihkv Moving Futures Festival – Editie Tilburg.