Dance&Dare SummerSchool

Hoe ik de landschapsopera aan mijn opa zou navertellen

Hoe ik de landschapsopera aan mijn opa zou navertellen
Tekst: Elske van Lonkhuyzen

“We liepen met een stuk of veertig mensen het bos in. Ik zeg nu wel veertig, maar we waren eerder met vijftig. Of wat zeg ik, met honderd mensen waren we. Met honderden, misschien wel duizend mensen liepen we door het bos. Er werd soms gesproken, maar zachtjes. Onder onze voeten knapten takken.

Af en toe klonk er muziek. Het kwam van links en waaide dan het bospad op. In een weiland dat we door de bomen heen zagen, stonden koeien. Opeens een vrouwenstem, een sopraan, opa, heel zuiver.”
“In het bos?”
“Ja, in het bos.
De bomenrij stopte en we kwamen bij een veld. Daar stond in de verte in het gras een paal met drie speakers waaruit die vrouwenstem klonk, zo klaaglijk en verlangend dat we wel moesten blijven staan. Voor ons het veld, achter ons water. Plotseling was ik alleen. Het was windstil.

Eerst zag ik maar één vrouw. Ze droeg een groen visserspak en groene regenlaarzen. Haar hals en armen waren bloot. De muziek veranderde in orgelmuziek.”
“Wat voor orgel?”
“Dat weet ik niet. Maar ik dacht wel: Ik ben in Nederland, zo met die polder en dat orgel.”
“Mooi zo.”

“Er doemde nog een vrouw op, en daarna nog een. Al zingend kwamen ze dichterbij. Ze beklommen het dijkje waar ik stond. Plotseling waren ook de andere mensen er weer. De zon stond laag. Steeds meer zingende vrouwen in visserspakken klommen het dijkje op. Honderden vrouwen, duizenden vrouwen.”
“Dat kan toch niet?”
“Toch was het zo.

Ze leidden ons zingend om het water heen, van het dijkje af, een veld in. We moesten ze wel volgen.”
“Als sirenen.”
“Hoe kent u dat nou weer?”
“Ik heb ook wel eens een Griekse mythe gelezen.”

“Niemand sprak meer. De vrouwen zongen soms samen en dan weer ombeurten, dan leek het of ze elkaars vragen beantwoordden. En soms was het alsof hun stemmen weerkaatsten tegen hoge bergwanden. Ik stond ineens weer in de Alpen.”
“Maar het was in de polder.”
“Ja, het was in de polder.”

“Als de vrouwen zwegen waren onze voetstappen in het hoge gras te horen. Zacht, als kattenpootjes op een tapijt. Het werd donkerder en donkerder. De maan was een half schijfje. De linkerkant een strakke rechte lijn, als een keurig doormidden gebroken hostie.”
“Waarom zou je een hostie doormidden breken?”
“Om hem te delen.

Toen het donker was, klommen de vrouwen in een bootje aan de waterkant. Ze staken een lichtje aan en voeren weg.”
“Duizend vrouwen in één bootje?”
“Drie.
Ze zongen terwijl ze wegvoeren en net boven de boomgrens, langs de donkerblauwe lucht, vloog een troepje ganzen, keurig achter elkaar, als een stippellijntje.
Steeds meer stiltes vielen er tussen het zingen, die steeds langer duurden, als een flakkerend, uitdovend kaarsje.

Bent u ooit in de bergen geweest, opa?”
“Nee, ik ken alleen het platte land.”
“U zou het mooi hebben gevonden.”

OVER DANS&DURF
Essay van Elske van Lonkhuyzen na het zien van Signaal bij Haanwijk van Strijbos & Van Rijswijk op Theaterfestival Boulevard 2019. Elske is 1 van de deelnemers van de Dance&Dare Summer School, een internationaal project voor creatieve schrijvers die nieuwe woorden durven zoeken voor dans en performance, door Domein voor Kunstkritiek & DansBrabant.